“… maar uiteindelijk ook meedenken met de alles doordringende rede.”

Zo vervolgt Marcus Aurelius zijn gedachte in Boek VIII – 54. Hij legt een verbinding tussen het meeademen met de ons omringende lucht en het meedenken met een rede die alles doordringt. Staat hij met deze opmerking opeens ver van ons moderne mensen af? Of heeft hij een helder punt te pakken?

Ook nu weer wordt een verbondenheid benadrukt; meedenken. Ons denken staat blijkbaar niet op zichzelf of vindt geïsoleerd plaats. Dit weten we al. Denken ontstaat op basis van indrukken, gewaarwordingen, beelden, impulsen en zo voort. Wat betreft de inhoud van ons denken zijn we dus afhankelijk van onze omringende wereld.

Maar Marcus Aurelius is het niet te doen om deze verwantschap van denken en wereld. Hij geeft aan dat het denken een deel is van een grotere rede of redelijkheid waarvan de wereld doortrokken is. Daarin draait hij ons perspectief om. We zijn als denkende wezens niet langer het centrale punt van onze wereld; de toets en maat waarmee wij de wereld opnemen. Zelfs in onze intieme interne denkactiviteit geven wij gehoor aan een universele impuls die ook voor de rest van de werkelijkheid geldt. Redelijkheid is niet individueel, maar universeel.

Ik stel me deze universele rede voor als de (logische) wetmatigheden waaraan de dingen in de wereld gehoor geven om tot stand te kunnen komen. Alles wat ik ontmoet bezit een bepaalde vorm en kent een grote schakering aan kwaliteiten en eigenschappen die maken dat ze zijn wat ze zijn. Dit is de natuurlijke, dynamische, gegevenheid van dat ding of die mens die ik tegenkom. Een open deur misschien. Maar wanneer ik hiermee in interactie of in communicatie treedt, is dat het eerste wat ik vergeet. Ik handel, vooral bij mijn medemensen, hoofdzakelijk vanuit mijn belangen, voorkeuren, verwachtingen; kortom op basis van kennis en beelden die vaak afwijken van die ‘natuurlijke gegevenheid’ van diegene die ik ontmoet.

Het gevolg is dat ik niet werkelijk aansluit bij die ander. En vaak op subtiele wijze in gevecht ga, om zo mijn eigen verwachtingen toch te kunnen realiseren. In plaats van aan te sluiten bij de ‘gang der dingen’, raak ik doorlopend verzeild in een loopgravenoorlog tegen de realiteit. En ik ontdek telkens weer dat ik die oorlog verlies.

Erkenning van ‘hoe de dingen zijn’ en daarbij aansluiten werkt daarom zo bevrijdend. Marcus  Aurelius maakt het nog sterker: niet alleen erkennen hoe de dingen zijn, maar ook meedenken in de natuurlijke wetmatigheden die de dingen bepalen. Ik hoor daarin allereerst een oproep om mijn eigen denken af te stemmen op de realiteit en mijn belangen, voorkeuren, voorstellingen en verwachtingen daarmee in overeenstemming te brengen. Een flinke klus!

Gepubliceerd in Aurelius | Reacties staat uit voor “… maar uiteindelijk ook meedenken met de alles doordringende rede.”

“Niet langer alleen meeademen…

Marcus Aurelius schrijft in Boek VIII-54:

“Niet langer alleen meeademen met de lucht die je omringt…”

Wat vergeet ik makkelijk hoe innig ik verbonden ben met de natuur. Dat ik elk moment op intieme wijze afhankelijk ben van de mij omringende wereld. De lucht die ik inadem; een eindeloze en onvoorstelbare ruimte waarmee mijn longen in een open verbinding staan. Een open verbinding waarin een permanente uitwisseling plaatsvindt.

Wat maak ik mezelf toch permanent tot het centrum van de wereld. Ik, die gebruik maak van de noodzakelijke lucht, ik, die me daarvan bedien om me in stand te houden. Zo vanzelfsprekend dat ik me er geen rekenschap van geef. Door het woordje ‘meeademen’ word ik op een ander perspectief gewezen. Ik adem mee in een grotere beweging. Mijn ademtocht is een kleine draaikolk in een grotere getijdenbeweging. De ruimte buiten mij en de ruimte in mij – die ik mijn longen noem – zijn een geheel. Mijn lichaam maakt zo onafscheidelijk deel uit van de mij omringende lucht.

Wat denk ik hier weinig aan in mijn drukke stedelijke leven. Wat voel ik me daarin vaak losgesneden van mijn wereld. Regelmatig voel ik me er in verloren. Leef ik in een besef van afstand tot de wereld en het leven. Veel van mijn handelen is gericht om dichterbij het echte leven te komen: dingen najagen, dingen willen ervaren. Ik zoek een soort intensiteit en intimiteit met het bestaan, en denk dit door moeite en inspanning te kunnen bereiken. Ik vergeet keer op keer dat het leven al in mij is; en zich stilzwijgend in alle eenvoud in mij voltrekt.

Ik trek mijn wandelschoenen aan, sla mijn sjaal om en trek er maar eens op uit. De frisse herfstochtend in, het leven tegemoet in elke stap… in elke ademtocht.

Gepubliceerd in Aurelius, Natuur | Reacties staat uit voor “Niet langer alleen meeademen…

“Wie gezien heeft wat nu is…”

Marcus Aurelius schreef in zijn persoonlijke notities:

“Wie heeft gezien wat nu is, heeft alles gezien.”

En hij vervolgt met ons er aan te herinneren dat alles van een zelfde oorsprong is. Dat tijd er in wezen niet toe doet. Het is een herinnering die me rustig maakt.

Wat ben ik veel bezig met alle dingen die ik zie! Maar wat vervullen ze me weinig. Ik zie het, maar ga er makkelijk aan voorbij. Omdat ik denk dat ik het al ken, of omdat het niet voldoet en ik me op iets anders moet richten. Steeds op zoek naar het betere en mooiere. Iets wat aangemoedigd wordt door mijn wereld die in eindeloze reeksen beelden laat zien wat ik allemaal kan begeren, bezitten en bemachtigen. Ik word ertoe opgeroepen door reclames als die van een hardloopschoenen-merk: The world is a big place; go run it! Ik word opgeroepen te rennen en te leiden. De wereld als materiaal voor mij; een middel of object om mijn ambities in te realiseren.

Maar ik zie niet wat nu is. Ik zie niet in dat de wereld en ik verbonden zijn. Dat we samen bestaan als een eenheid. Dat we bestaan en daarom fundamenteel verwant zijn. In die verwantschap zit mijn vervulling. In die ervaring en de worteling in de wereld zit mijn bestemming. Niet voorbij een horizon, maar in mijn eigen hart in dit moment.

Gepubliceerd in Aurelius | Reacties staat uit voor “Wie gezien heeft wat nu is…”

Hij kookte voor zijn vrouw…

In de Zhuangzi staat een verhaal over een leerling van de Tao – Lie Zi – die gecharmeerd raakt van een sjamaan met bijzondere magische krachten. In zijn eigen leermeester is hij teleurgesteld: hoewel heel wijs, heeft deze Meester Kalebas geen spectaculaire krachten. De leerling brengt de sjamaan een paar keer mee naar zijn leermeester; in de confrontatie tussen beiden blijkt Meester Kalebas degene die de Tao echt van binnenuit kent. Na een aantal ontmoetingen slaat de sjamaan ontzet door de kracht van Meester Kalebas op de vlucht. Het verhaal besluit als volgt:

“Hierna besefte Lie Zi dat hijzelf nog niet begonnen was met leren. Hij keerde terug naar huis en kwam drie jaar lang niet naar buiten. Hij kookte voor zijn vrouw en gaf de varkens te eten alsof ze mensen, en hij hield zich verre van alle zakelijke beslommeringen. Zijn ontwikkelde aard keerde terug tot natuurlijke eenvoud. Zo stond hij, alleen in zijn lichaam, ongekunsteld als een bonk klei. Te midden van de versplintering van de wereld hield hij zich gesloten, volkomen in eenvoud, en zo bleef hij tot het einde.” (Hst 7, V, vertaling Schippers)

Ik vind dit een zeer aansprekende tekst. Hij herinnert me aan de waarde van de terugtrekkende beweging ten aanzien van de wereld en het belang van inkeer. Maar is dat niet problematisch, geen laffe wereldvlucht? Is dat niet het eerste wat bij ons laat-moderne mensen opkomt? Ons leven heeft toch alleen betekenis op het podium van de wereld? En anders heb je toch de morele plicht je voor anderen in te zetten?

laozi

Het taoïstische verhaal leert ons dat de terugtrekking uit de wereld juist een vorm van zelfrealisering met zich meebrengt. Niet in allerlei zakelijke beslommeringen of in persoonlijke ontwikkeling, maar in de terugkeer naar een natuurlijke, lichamelijke, eenvoud. En wat ook opvalt is dat de periode van inkeer (de drie jaar die je vooral symbolisch op moet vatten) gepaard gaat met het ontwikkelen van zorg. Ascese is niet afzien, het is vooral zorg dragen.

Het cultiveren van eenvoud gaat hand en hand met het ontwikkelen van zorgzaamheid: oog hebben voor kleine concrete zaken die we direct ervaren en daar aandacht voor hebben. Daar een concrete fysieke relatie mee aangaan. In een tijd van haast en overspannen ambities om onszelf te realiseren, is het goed om hier aan herinnerd te worden. Dat het eenvoudige huishouden dat we zo graag uitbesteden aan machines en anderen, een weg tot het leren kennen van de werkelijkheid, tot het ervaren van het echte leven is.

Gepubliceerd in Natuur, Taoisme | Reacties staat uit voor Hij kookte voor zijn vrouw…

Letter from Sandy

Op 20 oktober 1966 schreef Luitenant Marion Lee “Sandy” Kempner een brief aan zijn tante. Temidden van de woestenij van Vietnam beschrijft hij een onverwacht moment van schoonheid. Een moment dat hem doet stilstaan bij de zin van het bestaan. Ik kan hier veel over schrijven, maar de brief spreekt in alle eenvoud geheel voor zichzelf. Op 11 november 1966, nog geen maand na het schrijven van deze brief, werd Sandy gedood door granaatscherven van een geëxplodeerde mijn. Hij werd 24 jaar.

Dear Aunt Fannie,

This morning, my platoon and I were finishing up a three day
patrol. Struggling over steep hills covered with hedgerows, trees, and generally impenetrable jungle, one of my men turned to me and pointed a hand, filled with cuts and scratches, at a rather distinguished looking plant with soft red flowers waving gayly in the downpour (which had been going on ever since the patrol began), and said, “That is the first plant I have seen today which didn’t have thorns on it.” I immediately thought of you.

The plant and the hill upon which it grew, was also representative of Viet Nam. It is a country of thorns and cuts, of guns and marauding, of little hope and of great failure, yet in the midst of it all, a beautiful thought, gesture, and even person can arise among it waving bravely at the death that pours down upon it. Some day this hill will be burned by napalm, and the red flower will crackle up and die among the thorns. So what was the use of it living and being a beauty among the beasts, if it must, in the end, die because of them, and with them? This is a question which is answered by Gertrude Stein’s “A rose is a rose is a rose.” You are what you are, what you are. Whether you believe in God, fate, or the crumb- ling cookie, elements are so mixed in a being that make him what he is; his salvation from the thorns around him lies in the fact that he existed at all, in his very own personality.

There once was a time when the Jewish idea of heaven and hell was the thoughts and opinions people had of you after you died. But what if the plant was on an isolated hill and was never seen by anyone: that is like the question of whether the falling tree makes a sound in the forest primeval when no one is there to hear it: it makes a sound, and the plant was beautiful and the thought was kind; and the person was humane, and distinguished, and brave, not merely because other people recognized it as such, but because it is, and it is, and it is. Beauty, they say, is only skin-deep, but true beauty emanates from the soul where it might not be recognized, seen, or appreciated as readily, but nevertheless is there, even more than the skin-deep variety.

The flower will always live in the memory of a tired, wet Marine, and has thus achieved a sort of immortality; but even if we had never gone on that hill, it would still be a distinguished, soft, red, thornless flower growing among the cutting, scratching plants, and that in itself is its own reward.

Love, Sandy

Gepubliceerd in Natuur, Uncategorized | Reacties staat uit voor Letter from Sandy

Wees stil…

Een vriend vroeg hem eens: ‘wat is volgens jou de mooiste zin’?

Mijn vader was een tijdje stil en zei toen: ‘Wees stil…’

Hoe elegant en eenvoudig. Hoe subtiel en diepzinnig. Hoe moeilijk.

Want hoe simpel de oproep ook is, de les die erin schuilt is een lastige. Stil te zijn in de drukte van alledag. Stilte te vinden in de veelheid van gedachten en impulsen die dagelijks in ons te opkomen.

Voor mij schuilt de moeilijkheid van deze les vooral in de leegte die ervaar wanneer ik de stilte zoek. Het matigen van de impulsen, het loslaten van gedachten, het laten gaan van neigingen… ze onthullen een ander soort onrust. De onrust die mij permanent aanzet tot actie, tot woorden, tot gedachten. De onrust ‘iets’ te zijn, grip te krijgen op mijzelf en de wereld, ertoe te doen en van betekenis te zijn.

Wanneer ik stil zit op mijn kussen ervaar ik het groeien van die diepe ontspanning die komt wanneer juist al die innerlijke impulsen losgelaten worden. Maar rondom het zitten, doemt ook de leegte op. Als ik afstand van mezelf genomen heb, mijn innerlijk hollen tot een kalmer wandelen is vertraagt, voel ik me gedesoriënteerd. Als een stuurloos bootje dobber ik op een zee van leegte… wat nu?

 

Begint hier de woestijn waarover de christelijke wijzen spreken? Is dit de poort van transformatie? En als dat zo is, wat houdt me dan op de been? Dat zijn belangrijke vragen voor mij. Want ik ervaar de vitaliteit van het moment van stilte… Als een scharnier tussen twee wijzen van bestaan. Maar door mijn onbekendheid of misschien wel gebrek aan vertrouwen kantel ik weer terug. Val ik weer ten prooi aan al wat mij bezet en mij er uiteindelijk van weerhoudt vrij en ontspannen in het leven te staan.

Het leren kennen van de stilte is haar beoefenen, daar wees mijn vader mij op. Ik ga er mee door… in stilte. Hoewel… ik laat jullie af en toe iets van mijn voortgang weten. En laat me ook door woorden inspireren, bijvoorbeeld deze van de Gele Keizer.

‘Alle mensen benutten het maar niemand kent de naam ervan,
alle mensen gebruiken het maar niemand ziet de vorm ervan.
‘Het Ene’ is de benaming ervan,
het lege is de woning ervan,
het niet-ingrijpen is het wezen ervan,
eendracht is het nut ervan.’

‘Daarom is het alleen de Heilige die
naar het vormloze kan kijken,
die naar het geluidloze kan luisteren,
die weet hoe de leegte tastbaar wordt,
waarna hij wordt als de leegte.’

 

Gepubliceerd in Niet-handelen, Stilte | Reacties staat uit voor Wees stil…

Leven volgens de natuur

Contemplatief leven wil vooral zeggen: eenvoudig en ongedwongen leven. Want de contemplatieve mens volgt de weg van de natuur. De grote gemene deler van de meeste contemplatieve tradities is immers deze: dat ‘het natuurlijke’ in de mens zijn weg kan vervolgen. In oost en west, verleden en heden, wijzen de leraren van de levenskunst ons steeds weer op die ontspannen staat van zijn waarin moeiteloosheid en gemoedsrust hand in hand gaan.

Zij onderwijzen veelal ascetische oefeningen en benadrukken het belang van matigheid. We worden eraan herinnert voorzichtig te zijn, langzaam aan te doen en niet de extremen op te zoeken. Balancerend rond een ‘leeg midden’, een ‘niets’ zoekend waaruit het ‘iets’ van de dingen steeds weer ontstaat. Deze ‘negatieve’ weg lijkt soms koel en afstandelijk, onmenselijk haast. Telkens weer die onthouding en die inkeer. Toch is dit een schijn die bedriegt.

De oefeningen in matigheid doorbreken bepaalde gewoontes in ons leven: genieten door te consumeren, troost door te eten, ontspanning door afleiding en entertainment. Maar ze creëren tegelijk een nieuwe verhouding tot de wereld. Deze verhouding wordt vaak zichtbaar in eenvoudige en alledaagse handelingen en activiteiten. Kenmerkend daarin is de vitaliteit en natuurlijkheid die ermee samenhangt. Ten aanzien van het genot bijvoorbeeld verschuift het genieten van een heftig en intens genot – een kick – naar een dieper en duurzamer genot dat met het handelen samengaat; een opgewekt gevoel van genoegen met wat-er-op-dit-moment-is.

Stoïcijnen zijn de grote meesters van matiging en beheersing. Toch vormt ook voor hen de natuur de belangrijkste leidraad (Logos = Universele Natuur). Matiging dient uiteindelijk tot een gevoeliger worden voor de subtiele rijkdom van het leven. De Franse denker Michel de Montaigne – een late volger van de Stoa – onderzoekt dit in zijn prachtige essay ‘over de ervaring’. Op zijn voortreffelijke mijmerende wijze laat de Montaigne zien hoe een leven volgens de natuur gaat:

“Als ik dans, dans ik, als ik slaap, slaap ik, en zelfs als ik in mijn eentje door een mooi park wandel en mijn gedachten een poosje door andere dingen in beslag worden genomen, richt ik ze daarna weer op de wandeling, het park, het genot van de eenzaamheid en mijzelf. De natuur heeft er moederlijk op toegezien dat de daden die zij ons gebiedt te verrichten met het oog op onze behoeften, ons ook genot verschaffen; en tot deze handelingen brengt zij ons niet alleen door de rede maar ook door onze verlangens. Het is verkeerd tegen haar wetten in te gaan.”

Gepubliceerd in Natuur | 3 Reacties

Ruimte voor contemplatie

Het kunnen ervaren van gemoedsrust vraagt om een nieuwe leefwijze. Om nieuwe gewoonten. Om een nieuwe omgeving. Een stille plek waarin het mogelijk is je even af te zonderen. Alleen te zijn temidden van de drukte van alledag.

Onlangs sprak ik met een oude vriend. Ik verteld hem dat het klooster voor mij nog steeds een speciale aantrekkingskracht heeft. Gedurende mijn studententijd bracht ik jaarlijks een aantal dagen door in de Abdij van Egmond. In dat Benedictijnse klooster vond ik een weldadige rust. Een kleine oase in mijn drukke bestaan.

Wat mij het meest trof was de diepe geestelijke en lichamelijke ontspanning die ik na een aantal dagen begon te ervaren. Door de afwezigheid van prikkels, het weinige praten, het vrijgesteld zijn van dagelijkse beslommeringen, kwam mijn denken als vanzelf tot rust. Daarbij maakte ik lange wandelingen door de Egmondse duinen, waardoor mijn lijf zich zonder stress kon ontladen en revitaliseren. Ik merkte dat deze fysieke omstandigheden tot gevolg hadden dat mijn mentale activiteit, mijn innerlijk gepraat en gedelibereer, steeds minder werd. Als een wiel dat niet langer aangedreven wordt, rolde het denken in mij uit. Hierdoor ontstond meer ruimte voor het gewoonweg waarnemen en ervaren van datgene wat er zich in een bepaald ogenblik aan mij voordeed. Deze ruimte werd gedragen door een diepe ontspanning en een verdiepte en rustige ademhaling. Ook ontdekte ik dat mijn denken helderder was; ze stond in direct contact met dat wat zich voordeed. Het piekeren, malen en de muizenissen over kleine en grote dingen die zich via mijn verbeelding voordeden, kwam tot stilstand.

Eenmaal thuis kon ik deze ontspannen staat vaak maar een dag of twee vasthouden. De kleine en grote zaken van alledag vroegen weer mijn aandacht en langzaamaan kwamen de muizenissen weer terug. Keuzes die gemaakt moesten worden, activiteiten plannen en dingen regelen; het zorgde voor een intensiever denken en een gejaagd handelen om de dingen gedaan te krijgen.

Hoe rust te creëren in het eigen leven dat zo bloot staat aan impulsen en prikkels? Waar afleiding, muizenissen en stress een onlosmakelijke ondertoon in lijken te zijn. Het klooster is voor sommigen – zoals ik – een aanlokkelijk perspectief, maar slechts een tijdelijke oplossing.

Een oplossing ligt in het creëren van omstandigheden thuis, waardoor je rust kunt ervaren. Een (studeer)kamer of zelfs een hoekje van een (slaap)kamer reserveren voor verstilde en verstillende activiteiten: bijvoorbeeld lezen van contemplatieve literatuur of mediteren. Jezelf even terug kunnen trekken en in een prikkelarme omgeving tot jezelf komen. Met als hoofddoel niets-doen, even de boel de boel laten en het denken uit laten rollen om zo tot jezelf te komen.

Dit is echter een deel van de oplossing. In mijn ervaring gaat er een bewuste keuze voor rust aan het betreden van die ruimte vooraf. Immers: je neemt jezelf mee. De beoefening van een contemplatieve leefwijze voor ons moderne mensen bestaat eruit te kiezen om alles los te laten en tot jezelf te komen, terwijl de wereld al aan je deur staat te kloppen om je aandacht.

Gepubliceerd in Klooster, Niet-handelen | 5 Reacties

Messing with my Zen Thing

Vader valt uit tegen zijn zoon: “You’ve done enough already!” Ontdaan over zijn eigen uitbarsting van woede vervolgt hij: “You’re messing with my Zen Thing, man.”

Een tegelijk terloops en veelzeggend moment in Tron Legacy, een action-packed SF film uit 2010. Gespeend van literaire en klassiek cinematografische ambities, lijkt deze film op het eerste oog een hightech videoclip voor het Franse electro-duo Daft Punk. Maar onder de gladde verschijning gaat een verhaal schuil dat iets zegt over de hedendaagse mens op zoek naar oriëntatie in zijn complexe bestaan.

Daarvoor moeten we begrijpen dat de virtuele wereld van Tron de wereld van onze eigen geest is. De film handelt over ons innerlijk en de conflicten die daarin schuilen. Een aantal daarvan wordt op veelzeggende wijze uitgebeeld: het humanistische wereldbeeld waarin wijzelf de scheppers van onze werkelijkheid zijn; uitvinders van waarden en betekenissen. De wens het eigen leven te bepalen en te perfectioneren en de veeleisendheid, controlemacht en de tirannie dat daarmee gepaard gaat. Het inzicht dat een wens tot verbetering, monsterachtige vormen aan kan nemen, doordat het contact met elke vorm van natuurlijkheid verloren is gegaan. De zoektocht naar perfectie die zich keert tegen het leven zelf.

Het meest interessant is de houding van de schepper van deze wereld. Kevin Flynn is een gevangene van zijn eigen schepping. De houding die hij in de loop der jaren gevonden heeft om hiermee om te gaan, is die van kluizenaar. Als een zenmonnik die zich oefent in een houding van ‘niet-handelen’ probeert hij de krachten die hijzelf ontketend heeft, in evenwicht te houden. Met de komst van zijn zoon wordt deze ‘onverschilligheid’, deze contemplatieve levenshouding, uitgedaagd. Gedwongen te handelen, komt het bevroren machtsconflict dat de wereld in zijn ban heeft tot uitbarsting en vindt uiteindelijk zijn oplossing.

De film geeft zicht op een geestelijke ontwikkelingsweg waarin zowel de waarde als de moeilijkheden van een contemplatieve leefwijze aan het licht worden gebracht. Ze geeft inzicht in de motieven om te creëren, te (over)leven, te vernietigen, en ook in de levenshoudingen die daarin passend zijn. De zoektocht van Kevin Flynn is daarin het interessantst omdat in hem alle krachten (letterlijk) samenkomen. Hij is tegelijk het meest vitale en krachtige en de meest tragische mens.

In hem kunnen we onszelf herkennen als ook wij gevoelig zijn voor het willen oplossen van een conflict dat vele malen groter is dan onszelf. Hoe bewegen wij ons in een wereld waarin wij geen houvast meer van buitenaf hebben om de waarde en betekenis van ons leven te bepalen? Een werkelijkheid waarin waarden dagelijks verschuiven en betekenissen telkens weer veranderen. Is “my zen thing” niet een poging een rustpunt te vinden; een kalmte in de bruisende, zowel creatieve als ook destructieve, duisternis van ons (onbewuste) innerlijk?

Juist in onze tijd kunnen wij veel hebben aan de weg van zen en van andere contemplatieve tradities waarin gezocht wordt naar een vorm van innerlijke rust of gemoedsrust. Daarbij gaat het om een paradoxale en spanningsvolle uitdaging de eigen geest meester te worden en haar tegelijk los te laten.

Gepubliceerd in Film, Niet-handelen, Zen | Reacties staat uit voor Messing with my Zen Thing